Mijn verhaal - Obbe

Obbe studeert rechten. Zijn vrienden wilden eens zien hoe hij zou zijn als kille crimineel. Dit verhaal is hun cadeau aan hem. Gewoon voor de leuk.

 

De Brief

Obbe deed nooit moeilijk over de dood. Een hakbijl, broodmes of pistool. Het was hem om het even. Dood gingen ze tot nu toe allemaal.
Vandaag zou het niet anders gaan. Verwachtte hij.

In gedachten nam Obbe het profiel nog eens door. Man. 32 Jaar. Advocaat.
Best een gevaarlijk beroep. Advocaat. Hij had er tot nu toe drie omgelegd. No cure, no pay betekende in die branche iets meer dan niet betalen.

Obbe nipte aan zijn cappuccino. Zonder suiker. Sinds Obbe last had van zijn suiker, hield hij het spul ver van zich. Te gevaarlijk. Zei de dokter. Niet dat hij daarvoor terugdeinsde; gevaar. Maar sinds de geboorte van Jesse was hij toch wat voorzichtiger. Het joch was dol op hem. Althans de laatste keer dat hij hem zag. Een jaar geleden.

Zijn vriendin vond zijn levensstijl maar niks. Niet dat ze iets wist van zijn werkelijke beroep. Te vaak van huis. Vond ze.

Het café, waar Obbe zich bevond, was rumoerig. Een personeelsfeestje. Middelpunt vormde een jongedame van bijna dertig. Kastanjebruin haar. Geverfd. Ze droeg een hippe, strakzittende spijkerbroek. Daarboven een witte blouse. Het juiste accent op haar borsten.

Ze lachte. Niet naar Obbe maar naar de ober.

Vijf bier, twee rode wijn, een droge witte wijn en een cola light. De droge witte wijn was voor haar.

Een man nam het woord. Duidelijk meer dan één biertje gehad. Staande hield hij zich met een hand op de tafel voor hem.

Het was zonde. Zonde dat ze wegging, zo beweerde hij. Wie moest nu de koffie voor hem halen? Het daaropvolgende gelach klonk plichtmatig. Behalve bij haar. Haar ogen straalden. Ieder woord nam ze gretig op en werd beantwoord met een speels wegwuif-gebaar.

Obbe had genoeg gehoord. Hij lepelde het laatste schuim uit zijn cappuccinokopje en liep naar het toilet. Een toilet bood hem rust. Vooral die van de luxe grand cafés. Veel marmer. Zwart en wit. En de onvermijdelijke geur van versgeplukte bloemen. Knap, hoe ze dat altijd voor elkaar kregen.

Het toilet had drie urinoirs. Obbe nam altijd de meest rechtse. Uit gewoonte. Routineus werden riem en broek losgemaakt. Linksonder, in de bak van het urinoir, was een sticker van een vlieg geplakt. Het hielp bij het richten.

In de spiegel zag hij een man, halverwege veertig. Keurig geschoren. Donkere wenkbrauwen, helderblauwe ogen. Zijn hoofdhaar scheerde hij al vier jaar. Had hij ooit gezien bij een politicus. Leek hem wel wat. Jesse vond het minder leuk. Het duurde een half jaar voordat hij zijn papa weer herkende.

Met een sissende ‘zwoesj’ spoelde het urinoir door. Broek en riem gingen weer soepel dicht. In zijn rechterbroekzak voelde hij het doosje. Twee pillen. Eén zou genoeg zijn. Obbe hield van zekerheid. In zijn vak kwam je er niet met half werk.

De man was klaar met zijn speech. Hij had zijn arm om de jongedame geslagen. Ze zoenden. Hij gretig, zij intens. De mannen en vrouwen om hen heen, waren naar de bar gelopen. Daar lagen bitterballen, kaasblokjes en worst.

Obbe pakte een tijdschrift van de leestafel. Seasons. Het buitenleven trok hem niet. Teveel gedoe. Zijn flatje in Paddepoel was afdoende. Zo nu en dan trok hij bij haar in. Voor de seks. En voor Jesse.

Miles Davis. Het viel hem nu pas op dat er muziek was. Hij was opgegroeid met Miles Davis. Het pleeggezin waar hij tot zijn zeventiende woonde draaide het iedere dag voor het slapengaan. Obbe vond het niks. Hij hield van Normaal. Zuipen en scheuren met brommers.

Met een soepele beweging wipte hij het deksel van het doosje. Geklemd tussen zijn vingers schoof hij de twee pillen in de vouw van het blad.

Obbe liep naar het zoenende stel. Ze hielden pas op toen hij vlak voor hen stond. Hij had haar hand vast. Zij had haar hand tussen zijn hemd en broek. De man leek eerder veertig dan tweeëndertig. Drank en werkdruk. Het maakt ieder mens ouder.

“Je hebt de brief gekregen?”, vroeg ik.

“Welke brief?”, vroeg hij.

“Van DJ”.

“DJ?”

De man liet de hand van de vrouw los en deed zijn hemd in de broek. Zij nam een slok van haar wijn.

“DJ Montana”.

De advocaat fronste zijn hoofd. “Ik heb hem al een jaar niet gesproken.”

“Had je misschien moeten doen.”

Obbe glimlachte. Kort.

“Een fijne dag nog, samen.”

Hij liep naar buiten. Het tijdschrift achterlatend op het tafeltje bij de deur. De man en vrouw keken elkaar verbouwereerd aan. Hij nam een stevige slok van zijn bier. De twee pillen waren inmiddels opgelost.

 

Waarom niet anderen laten genieten van dit verhaal? Plaats nu deze tweet:
“Uniek verhaal van EGO Schrijverij. Ben benieuwd wat jullie vinden.” (Tweet dit bericht)

 

Nog geen genoeg? Probeer dan ook deze verhalen:

– Patrick

Evert

– Stefan

Mark

Renate

– Karel

 

Hoe ziet een EGO Schrijverij-boekje er uit?

Voorbeeld van de binnenzijde.
Voorbeeld van de voorzijde.

 

Door

Motto:
Ieder mens een mooi verhaal